Waarom toch dat paterskleed?
- diaken Rob

- 8 uur geleden
- 3 minuten om te lezen
Je vormsel doen in een paterskleed? Niet echt. Lees maar.

Binnenkort is het weer de tijd om het vormsel te vieren. Dan treden onze elf- en twaalf-jarigen aan voor een zalving op het voorhoofd. Ik krijg dan soms de vraag van ouders of de vormelingen een paterskleed moeten dragen.
Bij ons in Duffel is het antwoord: neen. Van mijn eigen vormsel in 1980, zijn er fotoās, die bewijzen dat ik zelf ooit verscheen in een lang wit gewaad met rond de hals een nogal groot uitgevallen houten kruis.
Maar wist u dat dit helemaal geen paterskleed is? Ik verklaar mij nader.
Het begint allemaal in de Bijbel. Dat is trouwens zo voor alle gebruiken in de katholieke kerk. Al wat er in de kerk gebeurt of bestaat heeft wel ergens een Bijbelse oorsprong. Neem nu het vagevuur; dat is geen uitvinding van in de middeleeuwen. Dat leerstuk vindt haar origine bij Paulus, die schreef: āSommige mensen zullen gered worden als door vuur heen." Hij heeft het over een reinigend vuur dat toegang geeft tot de hemel. Dat staat in de Bijbel. Zelfs het concept van heilige relikwieĆ«n komt uit de Bijbel. Daar staat te lezen dat er zakdoeken van Paulus werden doorgegeven om daardoor genezing te verkrijgen.
Maar nu terug naar dat paterskleed. In het laatste boek van de Bijbel - in de Apocalyps - wordt de kerk voorgesteld als een bruid. Een bruid die haar bruidegom is kwijtgespeeld, maar die halsreikend uitkijkt naar de wederkomst van de bruidegom. Jezus, dus. De Apocalyps gaat niet over de vernietiging van de planeet. Dat wordt weleens gedacht. Het Bijbelboek gaat in feite over de hoop die christenen mogen hebben, zelfs als het ons moeilijk gaat. Want, in de tijd, vlak na Jezus, ging het heel moeilijk. Christenen werden toen vervolgd en bloed werd vergoten. Om in Jezus te geloven, moest je veel over hebben. Alles eigenlijk.
De auteur van de Apocalyps schrijft het volgende:
Ik zag een onafzienbare menigte, die niemand tellen kon, uit alle landen en volken, van elke stam en taal. In het wit gekleed en met palmtakken in hun hand stonden ze voor de troon en voor het lam. Luid riepen ze: āDe redding komt van onze God, die op de troon zit, en van het lam!ā
Een van de oudsten vroeg: āWie zijn dat daar in het wit, en waar komen ze vandaan?ā Ik antwoordde: āDat zijn degenen die de vervolging hebben doorstaan. Ze hebben hun kleren witgewassen met het bloed van het Lam.ā
Dus, wie zijn dat daar in het wit? Wel, dat zijn de christenen. Dat zijn allen die in Jezus Christus gedoopt zijn. Zij dragen een wit gewaad.
Dat verklaart waarom u allicht een wit kleedje aan had toen u werd gedoopt. Als kleine dopelingetje werd je in een wit kleed gestoken. Als witgewassen in het bloed van het Lam.
En zie, dat witte kleed is het thema van het christelijk leven. Je krijgt het als zuigeling bij je doopsel. Daarna groeit je witte doopkleed als het ware met je mee.
Vroeger (en nog steeds in sommige landen) droegen kinderen bij hun eerste communie in de katholieke kerk witte kleding, vooral meisjes een wit kleed of witte jurk. Als je dan daardoor de kans kreeg om misdienaar te worden, dan kon je opnieuw je doopkleed aantrekken. Het groeit met je mee.
Je ziet het al komen: als je na voldoende groeispurten klaar was voor het vormsel, dan was daar weer dat witte kleed. Het is dus geen paterskleed. Het is je doopkleed. Ook wel āeen albeā genoemd.
Het moet ons niet verbazen dat de bruid, op het moment van het kerkelijke huwelijk, opnieuw een prachtig wit kleed te dragen krijgt. Dat is niet toevallig.
En de gewijde bedienaars, zij krijgen ook weer hun doopkleed gepresenteerd. In elke viering trekken zij het aan. Priester en diaken dragen het witte kleed - een albe - onder het gewaad met de liturgische kleur van het moment. Een doopkleed met een kleurrijke upgrade.
En dan heb je nog de paters en de monniken: zelfs zij dragen geen paterskleed! Zij dragen hun doopkleed dat dienst doet als hun gewone plunje; kledij voor elke dag. Dat hoort bij de gelofte van armoede. Meer dan een doopkleed hebben zij niet nodig. Veel paters dragen daarom de witte kleur, maar door de grote diversiteit van ordes begonnen de kleuren en de accenten te variƫren. Je zou kunnen zeggen dat het witte doopkleed van Franciscus van Assisi en zijn minderbroeders door al hun rondtrekken in de natuur bruin is geworden. Een doopkleed dat een stuk vermengd werd met een boetekleed.
Kijk. Alle christenen, alle gedoopten, in alle fases van het leven dragen een wit kleed - hun doopkleed, een albe. Zo staat het geschreven in het oude bijbelboek, en zo zien we het nog tot op vandaag.
Dus, neen, beste ouder of grootouder, uw vormeling zal zijn of haar vormsel dus nooit doen in een paterskleed.




Opmerkingen