Lichtmis met broeder Fons Wilmes
- diaken Rob

- 3 uur geleden
- 4 minuten om te lezen
Op het feest van Lichtmis gaf broeder Fons Wilmes, een jonge Vlaamse dominicaan uit Leuven, een getuigenis over zijn roeping in de Sint-Martinuskerk in Duffel.

Het feest van Maria Lichtmis is de dag waarop de Kerk het godgewijde leven viert: het leven van mannen en vrouwen die hun hele bestaan hebben toegewijd aan het volgen van God, en die door hun levensvorm zelf verwijzen naar Christus en het Koninkrijk dat met Hem is aangebroken. Sommigen van jullie hebben waarschijnlijk nog de tijd gekend dat er in Vlaanderen overal kloosters waren.
Zelf ben ik nog maar enkele jaren religieus. Ik kan mij dus niet meten met de tomeloze trouw en inzet van zovelen die mij zijn voorgegaan. En toch ben ik dankbaar dat ik vandaag iets met jullie mag delen van wat het kan betekenen om in het Vlaanderen van vandaag antwoord te geven op Gods roeping.
Traditioneel richt de Kerk op Lichtmis onze aandacht op Simeon. Simeon die, gedragen door de belofte van God, zijn leven lang heeft gewacht. Die in gebed en trouw heeft uitgezien naar de Messias, naar degene die Israƫl zou bevrijden. In zijn volharding en aanwezigheid in de tempel is hij een groot voorbeeld voor allen die hun leven wijden aan het gebed. Trouw aanwezig daar waar het telt, vaak onopvallend.
Vanuit mijn ervaring als dominicaan wil ik vandaag echter de aandacht verleggen naar twee andere figuren uit het evangelie: Maria en Jozef. Zij zijn het die het kind naar de tempel brengen. Datzelfde kind waarover de herders zich verwonderden in de kerstnacht, en dat kort daarna werd gezocht en gevonden door wijzen uit het Oosten. Stap voor stap ontdekken we zo, via de feesten rond Kerstmis, wie dit kind werkelijk is. Vandaag gebeurt er iets nieuws: Jezus wordt niet alleen gezocht, Hij wordt gepresenteerd. Getoond. Binnengebracht op de plaats waar men Hem verwacht. Maria en Jozef brengen Jezus naar de tempel, naar de plek waar SimeonĀ en zovelen met hem uitzien naar heil en bevrijding. In hun trouw aan hun Joodse traditie maken Maria en Jozef deze langverwachte ontmoeting met de Messias mogelijk.
Dat is precies wat mij als dominicaan aanspreekt. Wij zijn predikbroeders. Ons leven bestaat niet alleen uit trouw gebed binnen de muren van een klooster, maar ook uit het erop uittrekken: om datgene wat wij in gebed ontvangen hebben, te delen met anderen. Om Christus in woord en daad present te stellen daar waar mensen wachten op licht in de duisternis. Dat actieve element is voor mijn eigen roeping doorslaggevend geweest. Als ik hier vandaag sta, is dat omdat anderen mij ooit over Jezus hebben verteld. Ik kom uit een gezin waar het geloof niet echt werd doorgegeven. Het was aanwezig op de achtergrond, maar nooit persoonlijk. Ik werd zelfs niet gedoopt, waardoor ik ook niet echt de kans had om een eigen geloof te ontwikkelen.
Die kans kreeg ik pas toen ik als student vrienden ontmoette die openlijk spraken over hun geloof. Niet theoretisch, maar existentieel: over wat Jezus voor hen betekende en hoe dat hun leven vormgaf. Hun getuigenis bracht mij ertoe mij te verdiepen in het geloof dat altijd vaag aanwezig was geweest. Uiteindelijk liet ik mij dopen en begon ik bewust christelijk te leven. Wat ik daaraan heb overgehouden, is op de eerste plaats dankbaarheid. Dankbaarheid aan mijn vrienden. Maar ook een inzicht: de Kerk leeft altijd van beide bewegingen. Van het geduldig wachten en bidden, zoals Simeon. En van het eropuit trekken, van het spreken en getuigen, van het tonen, zoals Maria en Jozef. Als mijn vrienden niet getuigd hadden van hun geloof, was mijn eigen weg waarschijnlijk nooit verder gekomen dan enkele losse tradities meegekregen in mijn jeugd.
Met die ervaring in mijn achterhoofd ontmoette ik enkele jaren later in Brussel toevallig de dominicanen. Een ontmoeting die voor mij alles veranderd heeft. Hier waren mensen die niet bleven wachten tot iemand naar de Kerk kwam, maar die met Christus op weg gingen naar de mensen. Ik denk aan een cafƩ dat we uitbaten in Louvain-la-Neuve om op een laagdrempelige manier in contact te komen met studenten. Of aan het werk van een broeder die samen met vrijwilligers de steenwegen van Belgiƫ afrijdt om vrouwen te bezoeken die daar achter ramen werken. Op zoveel manieren proberen Dominicanen het licht van het geloof daar te brengen waar de duisternis soms het diepst lijkt. En die duisternis kan soms heel diep lijken. Overal waar ik kom, ontmoet ik mensen die uitzien naar een bevrijdend woord, naar een levengevende aanwezigheid. Vaak juist op plaatsen waar de Kerk traditioneel niet komt. DƔƔr Christus present stellen, zoals Maria en Jozef Hem naar de tempel brachten, juist op die plaatsen wat licht brengen: dat is de bestaansreden van de Dominicanen.
Het is een missie waar ik mij, gezien mijn eigen weg, diep bij thuis voel. Een paar decennia geleden gingen veel jonge Vlamingen nog het klooster in op zoek naar avontuur. Voor de kans om als missionaris naar Congo te vertrekken. Ik ben nu bijna vier jaar Dominicaan en ik ervaar dat het religieuze leven net zoals voor missionarissen vroeger, ook vandaag in Belgiƫ een heel avontuur is. Bijna elke week kom ik op plaatsen waar ik anders nooit zou zijn gekomen. Nooit had durven komen soms. Ontmoet ik mensen die ik anders nooit zou hebben ontmoet. Mooie plaatsen en mooie mensen ook. Die ervaring heeft mijn leven enorm verrijkt en ik doe het zielsgraag. Vooral omdat ik steeds opnieuw ervaar hoe de ontmoeting met Christus de mensen die ik ontmoet rust brengt. Zoals bij Simeon, die na een heel leven wachten, eindelijk kon zeggen:
āUw dienaar laat Gij, Heer, nu naar uw woord in vrede gaan: mijn ogen hebben thans uw Heil aanschouwd.ā




Opmerkingen