De zondvloed en de wederkomst
- diaken Rob

- 30 nov 2025
- 3 minuten om te lezen
Jezus vergelijkt zijn wederkomst met de dramatiek van de zondvloed en de ark van Noach. Het is daarom goed om even op die ark in te zoomen.

Volgens de evangelist Mattheüs maakt Jezus een vergelijking. Dat de komst van de MensenĀzoon zal zijn zoals het ging in de dagen van Noach waar toen een dramatische zondvloed alle mensen en dieren van de planeet wiste, op enkele mensen en dieren na.
Het is dus goed om het gewicht van een dramatische wederkomst te wegen door ons eerst te buigen over het verhaal van de zondvloed waarvan sprake in de Bijbel.
Stel je voor dat je op een ochtend wakker wordt en het nieuws verneemt dat wetenschappers eindelijk een echt bewijs hebben gevonden voor het bestaan van de ark van Noach. Dat er een geologische vloedlaag is ontdekt die diep doorheen de aarde loopt.
Die vloedlaag, diep in de bodem, is noodzakelijk om te kunnen spreken van een historische zondvloed en zou ons in staat stellen om het tijdstip ervan vast te stellen.
Er bestaat een klein aantal wetenschappers dat daarbij ook creationist is.
Zij geloven in een letterlijke zondvloed en in de schepping van de wereld in zes dagen. Creationisten hebben berekend dat de zondvloed zoān 4500 jaar geleden plaatsvond. Zij doen dat aan de hand van Bijbelse gegevens uit het Oude Testament en niet aan de hand van wetenschappelijke gegevens.
Wetenschappers tonen echter aan dat die vloedlaag volledig afwezig is. Ook blijkt dat beschavingen die ouder zijn dan 4500 jaar, niet op een gelijk tijdstip zijn weggevaagd. In Groenland en Antarctica zie je geen enorme veranderingen in de ijslagen rond dat tijdstip. Vandaag weten we dat in het DNA van elk dier ter wereld geen grote genetische breuk zit, alsof alle leven zoān 4500 jaar geleden door een nauwe trechter - de ark van Noach - is geperst.
Al de bergen die wij zo bewonderen, zijn langzaam opgestuwd door platentektoniek over miljoenen jaren, en niet in ƩƩn catastrofale gebeurtenis. Trouwens, als de bergen wereldwijd, in korte tijd zouden worden opgestuwd, zou dit zoveel wrijving en hitte veroorzaken, dat alle water zou koken aan een temperatuur die vele malen hoger ligt dan 100 graden.
De hele planeet zou ƩƩn grote stoofpot worden.Ā
Als je diep genoeg boort, passeer je in de grondlagen de tijd van Christus, van de Romeinen, van de Egyptenaren, en wanneer je aankomt bij 4500 jaar geleden, dan vind je daar geen dikke, troebele vloedlaag van gesmolten en opnieuw bevroren water. Er zit geen onderbreking. Alleen een rustig, ononderbroken ritme van talloze winters.
Hoe krijg je bovendien acht mensen en een paar duizend dieren in een boot van 40.000 kubieke meter; een boot van 137 meter lang, 23 meter breed en 14 meter hoog? Zo staat het immers in de Bijbel beschreven. Alleen al de hoeveelheid voedsel, water en mest zou het volume van de ark meerdere malen overschrijden. En dan hebben we het nog niet over de pinguĆÆns die van Antarctica naar MesopotamiĆ« moesten lopen, of de kangoeroes die na die globale ramp helemaal in AustraliĆ« moesten uitkomen, zonder enig spoor achter te laten van hun migratie.Ā
Maar het allerstilste bewijs komt uit ons eigen bloed.
Als alle mensen echt afstammen van ƩƩn familie die zoān 4500 jaar geleden uit een boot stapte, dan zou onze genetische diversiteit piepklein zijn, wat een flinke vorm van inteelt zou opleveren. Zo ging het niet, want onze genen vertellen een verhaal van honderdduizenden jaren verspreiding over de aarde.
Het verhaal van Noach is bijzonder krachtig te noemen, maar het is mythologisch. Het gaat over de tijdelijkheid van de dingen, over genade en een nieuw begin. De ark vaart niet op water. Ze vaart op de golven van een verhaal dat ons iets wil vertellen over de mens. Over de mensen die te veel focussen op eten en drinken, op huwelijksfeesten, op grote reizen of academische verwezenlijkingen, en het vergaren van roem en bezit.Ā
Dit alles kan allemaal plotsklaps wegvallen. En daarvoor is het niet eens nodig dat de Mensenzoon terugkeert.




Opmerkingen