Knights In Satan's Service!


Rob als 11-jarige

Op mijn elfde levensjaar - te jong en vol verwachting – kon ik mijn moeder overhalen om samen met mij op te trekken naar de hoogheilige rocktempel van Vorst. De Amerikaanse glamrockers van KISS hadden, door een snuifje disco aan de formule toe te voegen, nu ook Europa veroverd. Er was geen ontkomen aan: op dat ene verjaardagsfeestje werd ook ik betoverd door die onweerstaanbare hit die aan 45 toeren per minuut door de luidsprekers galmde. Het vinyl en de posters kwamen vlotjes binnen, maar wat nog ontbrak was een heus concert. Een virtuele ontmoeting moet immers altijd uitmonden in het echte leven; het leven waar een C-akkoord klinkt als een trein die crasht in de vitrine van een gitaarwinkel.


Muziek was nog nooit zo visueel geweest. Vroeger kon je nog over een ongewenst melodietje heen springen, maar de confrontatie met een gitarist in Japanse kabuki-make-up, die vanaf de muur van de jongenskamer de tong uitstak, was ongezien en moest natuurlijk een reactie oproepen.


De Amerikaanse puriteinse beweging had de vinger aan de pols: het acroniem van de bandnaam KISS zou verwijzen naar hun ware bedoeling. Je hoefde niet te twijfelen: dit waren overduidelijk Knights In Satan's Service! ‘Goed gevonden’, bedacht de band, die bereidwillig dit theologisch inzicht omhelsde. Want slechte reclame is ook reclame.


Het is een menselijke reflex om snel in de schuif met allerhande labels te duiken om de vijand helder vast te pinnen en ons vervolgens te wentelen in collectieve verontwaardiging. En natuurlijk hoort een ouder bezorgd te zijn. Maar dat maakt ons niet tot de deurwachters van de wellevendheid, die met verrekijker in de hand, perfect kunnen detecteren waar er werkelijk gevaar schuilt. Veelal zijn wij de angstige ouders die moeten toegeven dat we de huidige cultuur niet kunnen ontcijferen en stoort het ons dat onze kinderen zo vlotjes binnenwandelen in de parken van plezier.


Misschien moeten we de kunst leren om niet overhaast naar het label te grijpen; om niet zomaar ‘neen’ te zeggen vanuit de angst van het niet-begrijpen. Het is daarom beter om niet in verboden te spreken en een stukje mee te gaan, als oefening in vertrouwen; als oprechte belijdenis van ons beperkt zicht. Want als God de wereld liefheeft, mogen wij deze niet maken tot de grote vijand.


Tot op vandaag ben ik mijn moeder dankbaar dat ze mij destijds het ongehoorde spektakel niet heeft ontzegd. Mijn ziel ben ik er niet verloren en het vertrouwen dat ik bij haar opmerkte, deed mij meer ontspannen in de wereld staan.


Ondertussen grijp ik als 45-jarige wel eens terug naar de songs van die geschilderde helden - het moet niet altijd BA/CH zijn - en interpreteerde ik die bewuste Europese hit voor zang en klassieke gitaar. Plots klinkt het als een zacht en bijna spiritueel nummer en worden de mannen van KISS dan toch nog een soort Kings In Soothing Spirituality.



100 keer bekeken
Black and White Star in Circle

© 2019 - Katholieke gemeenschap Duffel