Rob Allaert

vader, diaken, blogger, muzikant, inspirator.

Rob Allaert is van 1968. Op 13 maart 2016 werd hij door aartsbisschop Jozef De Kesel tot diaken gewijd, exact drie jaar na de verkiezing van paus Franciscus. 

 

Rob heeft samen met Isabel een gezin met zeven kinderen. Beiden waren ze ooit evangelisch protestants, maar ondervinden dat God hen altijd verder roept met telkens een volgende stap in hun ommekeer. 

 

Rob getuigt ervan dat het niet voldoende is bijtijds op de trein te springen, je moet ook al rijdende je omgang verfijnen met de medereizigers en bereid zijn af en toe weer uit te stijgen om de mensen die de weg naar het station zoeken bij te staan. Rob houdt van muziek, zingt en neemt graag de gitaar ter hand. 

 

De aartsbisschop benoemde Rob op 1 september 2016 in de parochie Martinus en Mijlstraat te Duffel. 

 

Met het akkoord van de hulpbisschop van Mechelen investeert Rob in de eerste plaats zijn tijd in de ontmoeting met de mensen die er wonen en werken, zowel met de trouwe parochianen als met hen die ver(der) afstaan van Bijbel en Kerk. 

 

Hij zal ook aandacht besteden aan zieken en eenzamen.

Als diaken is Rob ingeschakeld in de toediening van de sacramenten van doopsel en huwelijk en in het voorgaan van uitvaarten, alsook in de contacten en voorbereidingen met ouders, verloofden en families in rouw. 

 

Rob verzorgt regelmatig de homilie tijdens de weekendvieringen in beide parochies. 

Naast zijn pastorale taak in de Duffelse parochie, is Rob ook webmaster van het Vicariaat Vlaams-Brabant en Mechelen. Eveneens  beheert hij deze parochiale website.

In de zomer van 2017 verhuisden Rob en zijn echtgenote Isabel en de kinderen naar de pastorie van de Mijlstraat, die gerenoveerd en opnieuw bewoonbaar gemaakt werd. Op die manier krijgt de pastorie, na meer dan vijf jaar leegstand, haar oorspronkelijke bestemming een beetje terug: een open huis voor iedereen, het hart en centrum van waaruit de herders hun taak voor de kudde opnemen.

 

EEN KATHOLIEKE OMMEKEER

Ik neem u mee naar het jaar 1992. Ik bevind mij in een cel. Gelukkig in een gebedscel. Die staat in de bossen van de Ozark Mountains, in de staat Arkansas in de Verenigde Staten van Amerika. Ik zit daar in volle natuur, in één van de in mekaar getimmerde gebedscellen die daar door een monastieke gemeenschap in de uitgestrekte bossen geplaatst werd.
 
Ik had een bijbel in de hand. Dat kwam omdat ik toen, in 1992, protestant was. Protestants van het evangelische type. Was ik katholiek geweest dan had ik waarschijnlijk een rozenkrans vastgehad in plaats van een bijbel.
 
En daar zit ik dan, mijlen ver van huis, als protestant in een katholieke omgeving en ik had maar één vraag: Wat doe ik hier?
 
Ondertussen is dat ook uw vraag geworden. 'Wat doet hij daar?' Ja, de vraag wordt nog prangender als je beseft dat ik daar zit als anti-katholiek.
 
Maar, hoe word je dat? Hoe word je anti-katholiek? Ik was immers als kind op mijn tweede levensdag katholiek gedoopt.
 
De eerste vereiste is dat je je eigen katholiek geloof niet goed kent. De tweede vereiste is dat je een geloof wordt aangeboden dat beweert exact te weten wat God persoonlijk met jou van plan is en dat Jezus in jouw tijd zal terugkeren.
 
Je zou kunnen zeggen dat het grote en geduldige plan van God samengeperst wordt tot een heel persoonlijk en urgent plan. Eigenlijk draait het niet zo zeer om God, maar om jou! De hele hemel buigt zich naar beneden om jou te redden.
 
Als je dan je katholiek geloof niet goed kent, dan wordt het moeilijk om aan de verleiding van zo'n nieuw en spannend geloof te weerstaan. En eens je verkocht bent, kan je over die vorige saaie kerk niet veel goeds meer kwijt. Voor je het weet ben je anti. In die evangelische kerk vond ik op een bepaald moment meditatieve bijbelmuziek van een zanger die mij diep in mijn geest wist te raken.
 
Toen bleek dat deze diepzinnige muzikant in een soort leefgemeenschap leefde was mijn interesse helemaal gewekt.
 
Mijn beste maat en ik besloten om dit protestants buitenbeentje in Arkansas te bezoeken, om zeer snel te ontdekken dat deze man katholiek was; rooms-katholiek. Daar stond ik.
 
Het is in die geestelijke verwarring dat ik uiteindelijk in die monastieke gebedscel beland. Daar zit ik, ver weg van huis, in de solitude van 'de heilige berg Ozark'. "Goede God, waarom ben ik hier? Wat heeft dit te betekenen?"
 
Ik open mijn bijbel zowat in het midden en kom uit in psalm 46. Daar lees ik het volgende:
 
"Kom en zie de werken van de HEER, aan oorlogen maakt Hij een einde, Hij breekt de bogen, hakt de speren stuk en steekt de strijdwagens in brand. Hij zegt: 'Wees stil en weet dat Ik God ben, hoog boven aarde en volkeren verheven'."
 
Ik begreep al snel wat God mij wilde zeggen. De onenigheid, de vijandschap tussen de verschillende geloofsstrekkingen is het werk van mensen, en van mensen alleen. Daaraan wil God een einde maken. De wapens die wij hanteren om ten strijde te trekken, die wil God vernietigen. "Wees stil, stop met strijden, weet dat Ik God ben, hoog boven alle mensen verheven". Het gaat niet om mij. Het gaat om God en God, Die is van alle mensen.
 
Op dat moment werd ik oecumenisch. Op dat moment hield ik er mee op om God voor mezelf op te eisen, of voor mijn eigen kleine gemeenschap. Het gaf mij daarenboven de vrijheid die nodig was om het geloof waarin ik oorspronkelijk was gedoopt te leren kennen. Met heel veel vreugde en enthousiasme ben ik teruggekeerd naar de katholieke kerk, de kerk die ik nooit had leren kennen.
 
Het is 1995. Het jaar dat ik zou huwen met Isabel. Mijn vrouw besefte dat zij als protestant in het huwelijksbootje zou stappen met een man die katholiek zou worden. Zij had de moed te geloven dat dit grote verschil niet hoefde te leiden tot een godsdienstoorlog. Zij moet geloofd hebben dat God zelf de bogen en speren zou vernietigen en dat vrede mogelijk was. Ja, in ons huwelijk hebben wij de oecumene aan der lijve ondervonden.
 
Katholiek en protestant kunnen met elkaar leven en hoeven elkaar niet te forceren in de andere richting. Ware oecumene laat de grote veranderingen aan God over.
 
Isabel is uiteindelijk, zeven jaar later en uit eigen keuze katholiek geworden. Onze eerste twee kinderen waren katholiek, nog voor zij het werd.
 
God is niet de God van de onmiddelijkheid. Hij neemt zijn tijd. Zo zal Hij op zijn tijd alle christenen verzamelen tot één universeel volk. Aan ons, om dit proces niet te vertragen door ongeduld, of door de ander te bestrijden.

 

ROBS GETUIGENIS​

Zoals dat gebeurde in Vlaanderen in 1968, werd ik als baby katholiek gedoopt. Mijn ouders scheidden toen ik vier was. In het eigen leven dat mijn vader opnam, beleefde hij een protestants evangelische bekering en introduceerde mij in de sensationele eindtijdsliteratuur en het nakende einde der tijden. Toen ik hier enkele jaren later als tiener interesse in kreeg ten gevolge van het album 'Number of the Beast' van Iron Maiden en mij evenzeer bekeerde op evangelische wijze waardoor ik Jezus als mijn eigen Verlosser ging beschouwen, kwam ik uit in een evangelische kerk waar ik verkering kreeg met Isabel, nu mijn vrouw. In die kerkgemeenschap ontdekte ik al snel dat ik teveel verwachtte van het leven van een 'wedergeboren christen' en zocht daardoor een beetje verder in pinksterliteratuur, maar was vooral aangesproken door de mystieke elementen in de muziek van John Michael Talbot.

Dat laatste bracht mij tot in de Verenigde Staten met de bedoeling om verder te zoeken en deze man en zijn leefgemeenschap te bezoeken. Daar werd ik geconfronteerd met een monastieke, franciscaanse, oecumenische en ecologische levensstijl. Kortom, ik zag een concreet en overtuigend katholicisme dat door deze accenten een opvallend atypische Amerikaanse ervaring werd. Hierop ging ik de katholieke leer bestuderen en kwam in aanraking met de geschriften van de apostolische vaders of de opvolgers van de apostelen. Ik wist toen intuïtief dat ik moest terugkeren naar het geloof van mijn doopsel. Dat bracht heel wat sociale spanning teweeg en mijn toen-nog-evangelische vrouw heeft daar nog het meeste onder geleden.

Een bekeerling die aangetrokken wordt door de RKK komt nogal makkelijk uit bij een kerkdroom van perfectie. Na de twijfelachtigheid van het oneindige aantal denominaties en het totaal gebrek aan historiciteit omarmt de bekeerling maar al te graag de kerk die nooit hoeft te twijfelen. Heel wat Amerikaanse apologetische werken passeerden de revue. Hierop vond ik aansluiting in het vrome devotionele katholieke leven in Vlaanderen. Het heeft even geduurd om aan mezelf toe te geven dat ik na een fundamentalistisch Jezus-geloof nu overgestapt was naar een soort fundamentalisch kerk-geloof. Toen mijn vrouw en ik lid werden van 'The Apostolate for Family Consecration' en dit in eigen land wensten te introduceren, kwamen we helemaal terecht in de katholieke devotionele wereld. Een wereld waar catechismus belangrijker is dan Bijbel en Maria belangrijker dan Jezus. Een wereld waarin Jezus enkel te ontmoeten is in heilig brood of private openbaringen.

Het is pas toen ik het cherry-picking (enkel lezen wat je graag leest) omruilde voor een systematische theologische opleiding dat ik geconfronteerd werd met mijn blinde vlekken. Zo werd de Jezus van de devoties opnieuw de Jezus van het evangelie. Zo werd de paus weer mens en de kerk een verzameling van mensen onderweg die hun best doen om samen de Geest te verstaan.

Ik ben erg dankbaar bewust(er) katholiek te mogen zijn. Ik geniet van de historiciteit en de apostoliciteit van deze kerk. Maar ondertussen zie ik beter de uitdaging die we samen hebben om werk te maken van ware katholiciteit en ongeveinsde heiligheid. Met de Geest voorop ben ik hier tamelijk gerust in.

Ik was vroeger creationist en eindtijdsgelovige. Dat ben ik nu niet meer. Ik heb de Amerikaanse boeken opgeborgen. Ook heb ik de afgezonderde devotionele groepen omgeruild voor het parochiale leven. Daar wil ik staan en als het mag, graag met een zending als diaken door de bisschop.

Katholiek zijn was nog nooit zo boeiend.

01 januari 2016

 

MIJN WEG NAAR DE DIACONIE

Ik herinner mij nog dat ik als zesjarige gewoon in God geloofde. Dat leek toen evident en vanzelfsprekend. Zonder twijfel was ik al wat getekend door het leven als kind van gescheiden ouders, toch was het niet zo dat ik mij ten volle bewust was van mijn veeleer uitzonderlijke situatie. Het leven was immers nog te pril om het te gaan vergelijken met het sjabloon van toen. Evenmin vond ik het vreemd dat mijn vader in een poging om het gebeurlijke te verwerken een ander type kerkje had gevonden. Ik geef toe dat de roomse afstandelijke kerkervaring  een te gemakkelijk oordeel was in het leven van een jongen uit een niet-praktiserend gezin, maar wanneer ik dat beeld contrasteerde met het kleine protestantse kerkje van mij pa, dan was geloven best fijn. Ik ontdekte er verwelkomende mensen, samenzang en koekjes na de dienst. God was de bron die mij kon stimuleren om te kiezen voor het goede en die mij troostend voorhield dat alles altijd goed komt.

Maar het is onvermijdbaar: tiener en puber word je toch en op dezelfde wijze waarmee het geloof zich onzichtbaar had aangediend,  zo verdween het ook weer. De ziel komt terecht in een soort passiviteit; vergeet de goede aanwezigheid van God en valt sneller ten prooi aan egoïsme en roekeloosheid. De snelheid van het leven neemt toe en het wordt steeds moeilijker op het goede aan te sturen.

Het was een echte verrassing dat God weer binnenkwam bij deze 17-jarige door middel van een Bijbeltekst op een Heavy Metal-album. Ik werd plots teruggeworpen op het veeleer apocalyptische godsgeloof van mijn vader en ging dan maar op zoek naar een passend kerkje in de buurt. De preek aldaar handelde over de komst  van de antichrist. Zoiets vergeet je niet licht. Maar je voelt het al aan: ook al stond mijn deur opnieuw open voor geloof in God, ik kreeg er niet bepaald een mooi en hoopgevend godsbeeld mee. Het werd een spannende geloofsrit met een onevenwichtige drang om andere mensen mee op sleeptouw te nemen. Ik denk niet dat ik er een beter mens mee werd. Een vreemder mens, dat wel.

Vijf jaar later – ondertussen verloofd – besloot God mij te bezoeken in roomse gedaante.  Dat kwam mij goed uit want ik had het een beetje gehad met mijn individualistische geloofsvorm. De lokale evangelische kerk had me net ontraden me verder te engageren ten voordele van vierdewereldjongeren. Mensen tot geloof brengen was beter dan hun dringende nood te lenigen. Ik kreeg alsmaar te horen dat ik reeds gered was en dat het kiezen voor het goede slechts een surplus was. Maar, in alle eerlijkheid, ik wou eindelijk eens iets gaan doen voor mijn redding. De Schrift die ik als evangelical steeds bij de hand had, deed onderhand verzen oplichten die mij erop wezen dat ik best de deugd zou koppelen aan mijn geloof.

Maar een volgende uitdaging stond klaar. Ik werd katholiek. Deze keer bewust. Het deed deugd mij aan te sluiten bij een kerk die zich legitimeren kon vanuit een traditie die helemaal terug te voeren was tot op de eerste christengemeenschappen, de apostelen en Jezus zelf. Het gaf mij - en zo vergaat het velen - de overmoed het vertrouwen in God gelijk te stellen met een vertrouwen in het door God geleide apparaat van de Kerk. Had de Kerk immers niet Christus als fundament en de Geest als gids doorheen de tijd? Een tijd lang dacht ik ontheven te zijn van de plicht om kritisch in het geloof te staan. Zo kwam ik argeloos terecht in de katholieke wereld van het devotionele stappenplan waar de genade zich laat vertakken in een delta van welomschreven gebedsopdrachten en sacramentele handelingen met het zielenheil als beloning.  Ik mocht eindelijk iets doen met mijn geloof, maar ook dit was erg op mezelf gericht en op de kleine groep van 'echte' katholieken. Opnieuw stak het individualisme de kop op.

En heel die tijd ging de gewone wereld van de parochie aan mij voorbij. Buiten de zondagsplicht om was ik daar niet te vinden. Er zijn dan ook voldoende kerkelijke organisaties om je katholieke geloof in te beleven. Dat is prima, zolang het maar ten voordele is van de ruime geloofsgemeenschap; van de parochie als bonte groep van mensen die in het echte leven staan.

Het begon stilaan te dagen dat ik mij moest kwalificeren om op geloofwaardige wijze de geloofsgemeenschap te gaan dienen. Ik zou theologie gaan studeren, ditmaal zonder alternatieve uitstapjes, gewoon in de schoot van het bisdom.

“Theologie? En dan diaken worden!” suggereerde een dame. Daar deed ze goed aan. Want ik heb ondertussen mogen ontdekken dat dit ambtelijk pakket meer veronderstelt  dan een zekere theologische vaardigheid. De opleiding stuurt er mede op aan dat we ons stilletjes aan oefenen in de deugd, in luisterbereidheid en in concrete barmhartigheid. Ik engageerde mij voor het volle programma.

Op 13 maart 2013, toen ik in een eucharistieviering als kandidaat-diaken werd aanvaard, klonk onverwachts een extra intentie: “We bidden voor de paus die daarnet zijn ambt heeft aanvaard.” Het werd paus Franciscus; een paus die mij er toe brengt met nog meer verwondering in de kerk te staan, en in mijn traject naar het diaconaat. Straks - op dezelfde dag, drie jaar later - mag ik tot diaken worden gewijd door de nieuwe aartsbisschop.

Vandaag ben ik 47 jaar oud. Het is een bizarre kronkelweg geworden. Af en toe kwam ik het goede op het spoor, soms ging ik hard door de bocht en soms kwam ik in nauwe steegjes terecht.  Maar het momentum en het verlangen is gebleven. Er was iets richtinggevend van node om te vermijden dat het bij goede intenties zou blijven. Dat werd de weg naar het diaconaat. Het is daar dat ik mijn evenwicht mocht vinden. Het werd een manier om de urgentie van de liefde beter in de rug te voelen. Daar zag ik de kans om een bedienaar van het goede te worden.

De roeping van de diaken ervaar ik als een uitnodiging om in de stroom van de deugdzaamheid en de liefde te gaan staan. Als middleman maak je deel uit van de clerus - want na de handoplegging vertegenwoordig je de Heer zelf - maar tegelijkertijd word je als gehuwd man en vader voluit begrepen als deel van het volk. Daarenboven mag je ook verbindingsfiguur zijn tussen zoeker en kerk en geef je zo gehoor aan de oproep van paus Franciscus om naar de periferie te trekken.

Weet u wat de meest typische bediening is van een diaken? Dat is het aanwakkeren van de liefdadigheid in de gemeenschap. Een goede zaak, want enkel die gemeenschap die teder, verwelkomend en begrijpend is, kan de wereld even doen opkijken en de hand doen uitstrekken naar een Mensenzoon die veel meer is dan een verstijfd lichaam aan een kruis aan de vergeelde wand van een kerkelijke instelling.

 

(Verscheen op 10 maart 2016 in Tertio 839)

1/2
 
Wijdingsviering 13 maart 2016, Sint-Romboutskathedraal
 
MUZIEK
VINYL
Screenshot 97.png

een schijfje vinyl stemt altijd dankbaar

Black and White Star in Circle

© 2019 - Katholieke gemeenschap Duffel